Historisch gezien biedt ontwerp het gereedschap om de onvoorspelbare natuur te bedwingen, om het natuurlijk potentieel – in de vorm van materialen, grondstoffen, processen, energiebronnen en voedsel – te optimaliseren. Ontwerpen moesten de ‘tekortkomingen’ in natuurlijke processen, organismen, producten of omgevingen ten dienste van de mens als het ware herstellen.

Succes en falen gingen hier echter hand in hand. Iedere innovatie bleek tegelijkertijd de bron te zijn van een nieuw ecologisch of maatschappelijk probleem. Met het wondermiddel DDT zouden luizen, muggen en andere hinderlijke insecten al snel verleden tijd zijn. En was er een werkzame remedie gevonden tegen de verspreiding van ziekten als vlektyfus. Terwijl de kinderen van de Wederopbouw vrolijk op straat speelden, op de akkers het tarwe omhoogschoot en in de weiden dieren grazen, werden er tonnen DDT over het landschap gesproeid. Het duurde even voordat de ongeëvenaarde vernietigingskracht duidelijk werd en het gebruik in grote delen van de wereld werd verboden. Maar de schade was al aangericht en de resterende vaten konden altijd nog worden gebruikt in landen met minder strikte regels.

De tuin is al eeuwenlang de ultieme verschijningsvorm van dit aloude verlangen naar controle en optimalisatie. De middeleeuwse medicinale kruidentuin, de barokke tuin van de Zonnekoning, of de hedendaagse proeftuinen met genetisch gemanipuleerde gewassen: telkens zit er een doel achter het ontwerp. Vandaag is de natuur niet langer die oncontroleerbare oerkracht. Klimaatverandering is het bewijs dat het menselijk handelen vandaag de dag zelf de dominante kracht vertegenwoordigt.

Dissident Gardens ondervraagt de consequenties van het streven naar optimale landschappen en een geperfectioneerde natuur ten tijde van een ecologische crisis. De zwarte tulp, schaap Dolly, de melkplas en het onmetelijke en vrijwel ontmenselijkte gerationaliseerde kassenlandschap: vormen zij slechts de opmaat naar Elon Musk’s speeltuin op Mars? Voor wie en wat zal die tuin in de ruimte toegankelijk zijn; met welk doel en welke uitkomst?

Denk verticaal!

Lange tijd heerste het idee dat het land vol aan het raken was. De bescherming van onbebouwd Nederland promoveerde tot één van de belangrijkste stedenbouwkundige opgaven. Maar terwijl dat besef groeide, werden er nog steeds in allerlei buitengebieden nieuwe bedrijventerreinen in aanbouw genomen: clusters van pizzadozen die over vele vierkante kilometers uitgestrooid het schaarse land in beslag namen. Tot ergernis van natuurbeschermers, bewoners en de eerste Rijksadviseur voor het landschap, Dirk Sijmons (2004-2008) die er onder meer voor zorgde dat er in de Hoeksche Waard geen ruimte beschikbaar kwam voor dergelijke ontwikkelingen.

Het Nederlands paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van Hannover (2000), ontworpen door MVRDV, was een lyrisch pleidooi voor een verticaal georganiseerd urbaan, technologisch, recreatief en agrarisch landschap. De stapeling van landschappen, bekroond met een landschap van windmolens, demonstreerde eens te meer het belang van verbeeldend denken. Als deze natie gedurende zijn geschiedenis had bewezen land te kunnen maken, waarom zou het dan nu – geholpen door een nog steeds groeiend arsenaal aan middelen, kennis en kunde – geen modern land kunnen realiseren? Een land dat bij gebrek aan oppervlak zijn toekomst zoekt in stapeling?

Hoe snel kan het denken veranderen? Met de geconstateerde leegloop van het platteland – Krimp! - richt alle aandacht zich nu op nieuwe ideeën over verstedelijking. Hoewel nog steeds de helft van de bevolking buiten de stad woont, lijkt die groep voor beleidsmakers oninteressant geworden. Dat deel van Nederland is plotseling leeg en het is de vraag welke rol de menselijke maat nog speelt in de huidige scenario’s rond deze gebieden.

Leegte schept de ideale voorwaarde voor toekomstige energielandschappen. Voor megastallen en voor de gecontroleerde tuinbouw die tot nu toe geconcentreerd was in kassen. Door hun hoogte en inrichting waren die kassen nog afgestemd op de mensen die er werken. In het geautomatiseerde landschap van de moderne tuinbouw is de mens geen factor meer en zal de maatvoering afgestemd zijn op optimalisatie van een volledig ‘mensloze’ productiviteit.

Een combinatie van technologisering en schaalvergroting is blijkbaar het enige antwoord dat de op drie na grootste exportnatie ter wereld kan verzinnen voor de groeiende voedselbehoefte. Met zijn speelse veelzijdigheid en de koppeling van functies was het Hannover paviljoen uitdrukkelijk een cultureel antwoord op een toekomstvraagstuk. Het zal de nodige verbeelding vergen om de nieuwste verticale voedsellandschappen van een dergelijk cultureel alternatief te voorzien!

Geert Staal, maart 2018

Hetty Berens, Guus Beumer, Marten Kuijpers, Klaas Kuitenbrouwer, Maurizio Montalti, Suzanne Mulder, Marina Otero Verzier, Mark Wigley
Frank Bruggeman, Overtreders-W, Andres Jacques
Boy Vereecken, Bardhi Haliti